Toen ik een paar jaar geleden een aantal dagen in Studio 2 van Abbey Road mocht opnemen voor het album Do It Now, dacht ik dat weinig die ervaring ooit nog zou kunnen overtreffen. Ik had het mis. Gisteren was ik namelijk samen met een groep van zo’n veertig andere gelukkigen terug in Studio 2 voor iets onwerkelijks: een ontmoeting met Paul McCartney, die ons daar exclusief zijn nieuwe album The Boys Of Dungeon Lane liet horen. Heilige grond, in het bijzijn van een Beatle. Elk nummer voorzag hij van commentaar over het schrijf- en opnameproces, afgewisseld met hier en daar een stukje gitaarspel ter illustratie of een anekdote.
Toen ik na een luistersessie in Los Angeles enkele weken geleden berichten voorbij zag komen over een op handen zijnde luistersessie in Londen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en een contact uit de muziekindustrie te benaderen. Of er misschien een persplek voor Nederland beschikbaar was. Brutalen hebben de halve wereld. Het antwoord: ‘Nee, helaas’.
Tot afgelopen donderdagmiddag de telefoon ging: ‘Zou jij dinsdag nog naar Londen kunnen reizen?’. Eigenlijk zou ik deze week in Duitsland zitten om te werken aan een album dat ik produceer. Maar uiteraard antwoordde ik met een volmondig ja. ‘Het evenement vindt plaats in Abbey Road en we hebben kunnen regelen dat je er als enige Nederlander bij bent.’ Ik heb nog nooit zo snel een reis omgegooid. Een nacht bij Lisa, de vriendin van m’n neef in Londen, en een nacht in het hotel van m’n neef Lucho in Brighton (die in 1997 overigens nog meewerkte aan de videoclip van McCartneys ‘The World Tonight’).
Maandagochtend vertrok ik met slechts een rugzak naar Londen. Grappig genoeg had ik nog best serieus nagedacht over de vraag wat je in hemelsnaam aantrekt voor een ontmoeting met een Beatle. Je wil natuurlijk niet binnen komen wandelen als een soort tijdreiziger uit 1967, een larp-Beatle.
Dinsdagochtend ging ik na het ontbijt op tijd richting de studio. We werden uiterlijk om 12:30 verwacht, dus ik besloot te mikken op 11:30. Eenmaal aangekomen zag ik tussen de drommen toeristen eigenlijk maar één of twee mensen waarvan ik de indruk kreeg dat ze mogelijk ook op dit bijzondere evenement afkwamen. Misschien was ik wat overdreven vroeg. Ik besloot nog even een koffietent om de hoek te bezoeken. Twintig minuten later stond er ineens wél een rij van een man of twaalf. Ik sloot achteraan aan. In de rij stonden vooral Britten, op een Italiaanse radiopresentatrice na. De meesten bleken zich te hebben opgegeven voor een prijsvraag, of hadden als nieuwsbriefabonnee plots een onverwachte uitnodiging gekregen. Daarnaast waren er wat journalisten, podcasters en bloggers. Tijdens het wachten liep Pauls zoon James langs ons naar binnen.
Rond kwart voor één lieten de bewakers ons één voor één het terrein op, waar onze paspoorten werden gecontroleerd met de gastenlijst in de hand en onze tassen werden doorzocht. Nadat we een polsbandje kregen aangereikt, mochten we voor de trappen van Abbey Road wachten op een teken van hogerhand. Iedereen maakte gebruik van de mogelijkheid een foto te laten nemen voor de ingang en het idee van een rij vervaagde, iets waar ik gretig gebruik van maakte. Onze telefoons werden geseald en ingenomen, en in groepjes van vijf mochten we naar binnen. Het lukte me om als eerste van de tweede groep naar binnen te gaan, vervolgens geholpen door het feit dat ik de weg al kende. In de hal kwam ik onverwacht technicus Freddie Light tegen, met wie ik een paar jaar eerder had gewerkt. We maakten een kort praatje en ik beloofde hem een exemplaar van m’n album bij de receptie achter te laten.
Eenmaal in Studio 2 bleek over de lengte van de ruimte langs de wand een volledig decor te zijn opgebouwd, inclusief volledige camerasetup. In het midden stond een luie stoel met een tafeltje op een aantal Perzische tapijten. Op het tafeltje lagen de tracklist, een karaf water en een glas (waar hij, net als bij zijn optredens, geen gebruik van zou maken) en ernaast stond een prachtige linkshandige Martin D-28. Daaromheen kastjes met recente albums, The Lyrics, boeken over vogels en verwijzingen naar het artwork van de nieuwe plaat. Aan beider zijden stond een peperdure hifi-installatie, bediend door zijn vaste studiotechnicus Steve Orchard.
De eerste rij was grotendeels bezet; een paar stoelen waren gereserveerd voor James McCartney en anderen. In een split second moest ik intuïtief kiezen: rij twee, of één van de resterende plekken vooraan rechts. Ik keek naar de hoek waarin Pauls stoel stond uitgelijnd en ineens zag ik het: precies tussen de twee helften van de eerste rij stond op rij twee op drie meter afstand één stoel in het midden, lijnrecht tegenover de zijne. Dat moest ’m worden.
Nadat de zaal zich gevuld had met alle bezoekers, cameramensen en fotografen hoorden we na enige tijd via een openstaande deur een bekende stem uit de controlekamer bovenaan de beroemde trap komen: onmiskenbaar Sir Paul.
Ongeveer een minuut of twee later maakte hij zijn entree en daalde onder luid applaus de trap af. Voor enkele seconden was het wel even een mindfuck: dit is toch een personage uit films, documentaires, interviews en videoclips? Zit ik in een film?
Razendsnel diende zich echter het besef aan dat dit gewoon een mens van vlees en bloed was: medeaardbewoner Paul McCartney. Het was alsof hij de Olympus kwam afgedaald. Nadat het applaus doofde, nam hij onversterkt het woord. Gedurende de anderhalf uur die volgden sprak hij ons door alle veertien nummers van zijn uitmuntende album The Boys of Dungeon Lane heen, waarbij elk nummer werd voorafgegaan door verhalen, observaties of een korte stukje gitaar.
Wanneer je voor een grote groep spreekt pik je er vaak, of je nou voor de klas staat of optreedt, bewust of onbewust een paar gezichten uit waartussen je beweegt; bijvoorbeeld eentje links, eentje in het midden en eentje rechts. Om de één of andere reden – waarschijnlijk door de plaatsing van onze stoelen – bleek ik Pauls focuspunt in het midden te zijn, wat totaal onwerkelijk was. Ik denk dat hij me bij een stuk of vijf verhalen recht in de ogen aankeek terwijl hij m’n reactie peilde. Dat één van die verhalen ging over zijn adviezen aan jongere artiesten over opnemen voelde ultiem. Heb ik hem mijn boek gegeven of hem de hand geschud? Nee. Maar wat is er beter dan zwijgen en luisteren wanneer een Beatle recht tot je spreekt? Dit was zonder twijfel één van de mooiste dagen van m’n leven. De dag dat ik Paul McCartney ontmoette.
Morgen kom ik op terug op de verhalen en nummers van deze prachtplaat, die op 29 mei a.s. verschijnt bij Universal.
Yorick van Norden (1986) is singer-songwriter, muzikant en schrijver. Hij maakt albums en boeken, treedt op en schuift als popkenner regelmatig aan in radio- en tv-programma’s. Eind 2015 verscheen zijn album Do It Now, opgenomen in de legendarische Abbey Road Studio’s in Londen. De Volkskrant schreef over het album: ‘Do It Now van Yorick van Norden loopt over van pakkende melodieën en sprankelende liedjes.’ Enkele maanden eerder schreef NRC over het boek De platenkast van Paul McCartney (2025): ‘Prachtig project, een bewonderenswaardig monnikenwerk!’. Muziektijdschrift OOR noemde zijn voorlaatste plaat Playing By Ear (2021) eerder ‘één van de absolute hoogtepunten in de Nederlandse popmuziek’ en over zijn album The Jester (2018) schreef de Volkskrant: ‘Voor de nieuwe Van Norden laat je de nieuwe Paul McCartney gerust even liggen.’ Ook begeleidt Van Norden muziekreizen naar Liverpool en het Diepe Zuiden van de Verenigde Staten.
Platenmaatschappij:
Excelsior Recordings
info@excelsior-recordings.com
Uitgever:
Noordboek-Van Gorcum
info@noordboek.nl